Image
Verhalen

wat blijft

Elke dag blij zijn, wie wil dat nu niet? Maar zo werkt het helaas niet in het echte leven. Mariska van Beusichem is predikant van de protestantse wijkgemeente Utrecht-West. Ze schrijft over echte vreugde, iets diepers dat blíjft.

Als kind keek ik elk jaar reikhalzend uit naar mijn verjaardag. Als de lang verbeide dag eindelijk aanbrak, wekte een grote vreugde mij al vroeg uit de slaap. Popelend wachtte ik tot de festiviteiten zouden losbarsten. De volgende dag veranderde mijn vreugde in droefenis: het zou maar liefst nog een heel jaar duren tot ik weer jarig was!

 

Met het ouder worden heb ik mij er met vallen en opstaan toe leren verhouden dat alles in dit leven eindig is: de koektrommel raakt leeg, nieuwe kleren verslijten, mijn lichaam veroudert, geliefden sterven, bloemen verwelken en schepen vergaan. Daarmee is ook vreugde eindig.

Alhoewel, niet altijd…

 

Een bijzonder voorbeeld van blijvende vreugde is die waartoe Paulus oproept in Filippenzen 4, vers 4. Op het moment van schrijven bevindt Paulus zich in de gevangenis. Waarom hij daar zit, is niet bekend. Of hij het er levend vanaf brengt, weet hij niet.

 

Des te opmerkelijker dus dat hij de gemeente van Filippi oproept om zich áltijd te verheugen. Een wonderlijk advies. Ten eerste: hoe kan je nu op bevel blij zijn? Ten tweede: hoe kan je in vredesnaam áltijd blij zijn? Er zijn genoeg omstandigheden te bedenken waar je onmogelijk blij van kunt worden. Maar Paulus zegt niet: “Verheug je óver alle omstandigheden” maar “Verheug je altijd.” Dus: verheug je ónder alle omstandigheden.” Paulus kent blijkbaar een vreugde die niet van omstandigheden afhankelijk is. De vreugde waar Paulus het over heeft, is de vreugde die hij ervaart in zijn verbondenheid met God in Jezus Christus. Daarom moedigt hij de gelovigen van Filippi aan zich te verheugen in de Heer.

 

Veilig en gelukkig

De vreugde van Paulus klinkt ook in woorden van Titus Brandsma. Opgepakt door de nazi’s beschrijft hij op 27 januari 1942 zijn sobere cel in de gevangenis in Scheveningen. “Beata Solitudo (gelukkige eenzaamheid, red.). Ik ben er al helemaal thuis, in dat kleine celletje”, zo staat te lezen in Mijn cel, dagorde van een gevangene, zijn boek dat in 1944 uitkwam. “Ik heb er mij nog niet verveeld, integendeel. Ik ben er alleen, o ja, maar nooit was Onze lieve Heer mij zo nabij. Ik kan het uitjubelen van vreugde, dat Hij zich weer eens geheel door mij heeft laten vinden, zonder dat ik bij de mensen of de mensen bij mij kunnen. Hij is nu mijn enige toeverlaat en ik voel me veilig en gelukkig. Ik wil hier altijd blijven, als Hij het zo beschikt. Ik ben zelden zo gelukkig en tevreden geweest.’”3

 

Ook de Joodse Etty Hillesum ervaart tijdens de Tweede Wereldoorlog in Westerbork zo’n vreugde. In Etty. De nagelaten geschriften van Etty Hillesum 1941-1943 schrijft ze: “Je hebt mij zo rijk gemaakt, mijn God, laat me ook met volle handen uit mogen delen. Mijn leven is geworden tot één ononderbroken samenspraak met jou, mijn God, één grote samenspraak.”

 

Als wij ons verheugen in wat voorbij gaat, gaat ook onze vreugde voorbij. Als wij ons toevertrouwen aan de nabijheid van de Oneindige, is ook onze vreugde eindeloos.

 

Blijkbaar kent hij een vreugde die niet van omstandigheden afhankelijk is.

Mariska van Beusichem, foto site PGU

Mariska van Beusichem, predikant van Utrecht-West.